Vliegtuig
Met witte vleugels
zoeft hij door de lichtblauwe hemel,
strepen scheten achterlatend
Vrij als een arend, geraas en gebrul
Maar ach, tenminste durft hij te vliegen
Wat heeft hij lef!
En ‘k blijf maar netjes in deze ruimte,
wat m’n toekomst bepalen zal
Toch vermaak ik me met zijn aanwezigheid;
vreugde, vrijheid straalt hij uit
O, wens ik hem te zijn
Nu bevind ‘k me in zijn ruimte en koekeloer ‘k uit het raam
We vliegen door de donkerblauwe hemel,
langs de wolken en de gouden sterren;
het uitzicht op Betelgeuse en de schijnende maan – onvergetelijk!
Er viel stromend water langs m’n rode wangen
Er klinkt geratel van stemmen in de oude ruimte,
waarin ik me nu bevind. De klok tikt - drie minuten nog
Sneu als het is, moet ‘k zo weer verder
Maar dan zag ik hem vanuit het raam geleidelijk voorbij zoeven
O, wens ik hem te zijn