“Ik ben leuker als ik drink
Ik ben leuker als ik zink
Mezelf nét genoeg verdrink
En aanbied aan een ander”
Een mandier drinkt
Hij zinkt veel te snel
Hij heeft zichzelf verlinkt
Hij drinkt en dringt zich op
Want zijn drankje is op
Verdrinken in een ander
De drankt vloeit, meandert
Door de aderen
Van kwade geesten
Mannen worden beesten
Hij is niet leuker als hij drinkt
En niemand die dat vindt
Behalve hij natuurlijk
Hij zegt het niet, hij zingt