Het nieuwe jaar klopt zachtjes aan,
geen groot begin, geen nieuw bestaan.
Een stoel blijft leeg, een stem zo stil,
een plaats die niemand vullen wil.
Je mist hem in het alledaagse,
een blik, een grap, dat kleine gebaar.
Niet luid, niet groots, maar trouw en vast,
zo was hij er, jaar na jaar.
Je gaat nu verder, stap voor stap,
met zorg, met liefde, zonder franje.
Het gemis reist met je mee,
als stille kracht, niet als last.
Dit jaar begint met minder licht,
maar ook met wat niet breekt of wijkt:
wie diep gemist wordt, blijft bestaan
in alles wat jij verder draagt.