De bomen dragen zilverglans,
takken buigen onder koude pracht.
Het veld beweegt in witte dans,
verlicht door bleke winternacht.
De adem hangt als dunne mist,
hoog boven het bevroren meer.
Elk hart dat even iets mist,
voelt rust die glijdt, sereen en teer.
De wind schuift langs de kale takken,
een echo door het doffe hout.
Een kraai trekt schaduwen in vlagen,
verdwijnt in ’t winterse geluid.
Sneeuw bedekt het pad, het dorp,
als fluistering van vergeten tijd.
Alles zwijgt, geen stem, geen spoor,
alleen de winter, wit en wijd.
In witte rijp en nacht gloort weemoed,
een vlam die niemand ziene kan.
Het hart dat zoekt, wordt zacht behoed
door sneeuw en schaduw, stil en bang.
En onder elke witte deken
schuilt iets dat bijna nooit verdwijnt:
gemis dat meteen de stilte breekt...
Het gele licht dat door vensters schijnt.
| Auteur: Johny Donovan | ||
| Gecontroleerd door: Johny Donovan | ||
| Gepubliceerd op: 07 januari 2026 | ||
| Thema's: | ||