Moeder ademt haar verlangens binnen,
opent mijn brief en haar gesloten brein;
ze is er nog, vrij van wrok en venijn,
haar eerlijkheid probeer ik te winnen.
Haar handen omcirkelen mijn gezicht,
toen ze aan het subtiele bouwwerk rook;
met mij de talrijke vragen indook,
en haar adem walsde in het zwakke licht.
Passie en liefde kon ze moeilijk breien,
zelfspot ketenden zich aan wat ze dacht;
terwijl ze haar afdruk bracht op de ruit.
De lange dagen bracht ze door met kleien,
dat een lijfje vormde, soepel en zacht
door haar woorden herzag ik mijn besluit.