Mijn mond valt open, niet door kracht,
maar door een blik die mij doorziet.
Geen groot gebaar, geen heldennacht,
maar stilte die mijn harnas biedt.
Mijn ogen waren heel lang heel gesloten
Zakelijk zonder echt te zien.
Wat mij nu raakte met hagel geschoten,
Dat is echt bijzonder, als haute cuisine.
Samen bijzonder, zonder plan,
zo mooi, zo fijn, en zonder vorm.
Niet omdat het moet, omdat het kan,
maar iets dat klopt, kwetsbaar en zonder norm.
Hoogtepunten die jij steeds tovert
zo vastberaden, keer op keer.
Mijn hoofd op hol, mijn hart loopt over.
mijn buik vol vlinders, steeds weer meer en meer
Wat zie je toch wanneer je kijkt,
Zoals ik mezelf nooit zag en voel
Mijn eenvoud, ver weg en toch geijkt.
en jij blijft staan, en hebt toch dat doel!
Een klik ontstaan waar niets zou zijn,
een goed gesprek, geen enkel schild.
Oprechte aandacht maakt me klein,
maar ook precies wie ik ben en helemaal wild.
Je draait me om, beheerst, bedacht,
ik lig op rug, geen weg meer vrij.
Ippon! Geen val, maar helder kracht,
Geen waarheid dichterbij dan jij!
Ik klop af niet omdat ik breek,
maar omdat ik blijven wou
In jouw handen word ik week,
en vind precies waar ik van hou!