mijn vriend is een kannibaal die mept met stokjes
hij staat nu achter mijn lieve vriendin
de eerste slagen bepalen het begin
in de schouwburg liggen nog lege hokjes
het vel van de drum laat zich goed lezen
want in een cadans kan hij zo geraken
door de aandacht kan hij niet verzaken
zijn klagend spel hoeft men niet te vrezen
een ouverture wandelt uit zijn huid
ademt de zilte van zijn meesterhand
die het weerbarstige randje bijslijpt
kalm kijkt hij naar zijn geslagen besluit
en de twijfelende koppen in de krant
onder zijn stokken krult het land dat rijpt