als de winter bijna als het ware voor mijn ogen ontdooit
en tevens in mij het verlangen naar de lente een zaadje legt
leef ik thans in een onwezenlijke atmosfeer
ergens is de mens in zijn bestaan gekooid
immers men is in wezen sterk, doch ten einde kwetsbaar, teer
en vertel niets nieuws, het wordt alom door velen uitgelegd
plots komt er een moment dat iemand van het licht wordt beroofd
hetgeen niet onnatuurlijk is,
neen, daartegen heb ik geen enkel verstandelijk verweer
maar als een persoon die ik oprecht liefheb te vroeg wordt geroepen
dan ervaar ik weer de weg met een levende onzekerheid
en voel ik nog duidelijker de machteloosheid in mijn bestaan
ook al is het sterven een alledaags en natuurlijk gegeven;
het snijdt diep in mijn hart als ik zo iemand moet laten gaan
| september: | Donderdag, januari 29, 2026 12:56 |
| Liefde wordt nimmer sterker en dieper gevoeld dan in het afscheid. Ik las dit weleens. U schrijft een gedragen gedicht over dat afscheid nemen. Het rauwe, het rouwen. Daar waar eigenlijk geen woorden voor zijn. |
|
| Stanislaus Jaworski: | Donderdag, januari 29, 2026 06:24 |
| over een drempel het volgende tegemoet wij zijn atomen |
|
| Auteur: julius dreyfsandt z.s. | ||
| Gecontroleerd door: christina | ||
| Gepubliceerd op: 28 januari 2026 | ||
| Thema's: | ||