Ze dragen colberts, ze spreken beleefd,
maar meten je waarde in wat je afgeeft.
Hun handen zijn proper, hun plannen zijn groot,
ze lachen je toe terwijl iets in je sloopt.
Ze wonen niet onder het bed of tussen het grint
maar daar waar men winst boven mensenbond vindt
Een handdruk, een deal, een belofte op maat,
en ergens verliest weer een ander zijn staat.
Sommige leven van cijfers en macht,
ze schrappen een naam na een echt kort gedacht.
Geen kreet en geen bloed, geen zichtbaar gevecht,
maar dromen verdwijnen heel stil en heel echt.
Ze heffen het glas terwijl alles nog kraakt,
doen alsof niemand de rekening maakt.
Zo blijven ze rustig, gewassen en rein —
Want monsters van nu zijn menselijk maar klein!