Gek is dat eigenlijk, denken dat je er overheen bent.
Zeker als blijkt dat je er niet overheen bent, je had alleen een andere manier gevonden om het te verbergen, een ander masker over dezelfde pijn.
Een pijn die met je meelift en alleen maar groeit onder je masker.
Steeds groter, proberend het masker te ontsnappen.
in plaats van je masker af te doen en de pijn de ruimte te geven, maak je het masker groter.
Je masker word steeds zwaarder en je lijf bukt er steeds meer onder.
Maar meebuigen zit er niet in, in plaats daarvan plaats je balken naast je lichaam om het omhoog te houden.
Verslavingen, vervangende middelen om je proberen enigsinds op de been te houden, holle balken.
Bij een te grote tegenslag, knak je in plaats van langzaam mee te buigen, de steun van de balken versplintert onder het gewicht.
Je valt, het masker breekt kapot.
Je wil hem weer opzetten, maar het gaat niet, dan het masker maar in de rugzak.
Goed opgeborgen, thuis weer plakken en nog sterker maken.
De pijn is nu zonder masker als een kloppende tumor te zien.
Een hoodie op en snel naar een plek om alleen te zijn.
De pijn neemt de overhand, een ophoping van emoties komt los.
Huilen zonder geluid te kunnen maken, door een dichtgeknepen keel.
Tranen zonder woorden, elke traan met zijn eigen verhaal.
Als de pijn weer onder controle is, snel het kappotte masker plakken en verstevigen.
Snel een plas water in je gezicht, een snelle blik in de spiegel.
Masker op en lachen, je ziet er weer stabiel uit.
Dag in, dag uit.
De ene dag met meer verschil en barsten in het masker, de andere dag met meer uiterlijke blijheid.
Gelukkig is 1 ding wel continue, de pijn reist overal met me mee als een chronische tumor.