Aan elkaar warmen
Ik woon hier en jij daar.
Niet een straat verderop,
niet even op de fiets,
maar kilometers uit elkaar
En toch.
Elke nacht en avond,
als de wereld zachter praat
en het nieuws is uitgedoofd,
vinden wij elkaar
in dat kleine verlichte schermpje
dat de lijfelijke afstand overbrugt.
Woorden vinden elkander.
Alsof liefde ‘n jas is
die we ooit ophingen
maar nog steeds past
als we hem weer aantrekken.
We zeggen geen grote dingen.
Gewoon:
“Hoe was je dag?”
“Wat je goed gegeten?”
“wat ga je doen?”
“Ik denk aan je, jij aan mij?”
onder onze gewone woorden
ligt dat andere —
dat warme, dat fluisterende,
dat, wat we beide weten.
Vertel me hoe we straks gaan liggen,
hoe mijn hand in het donker
even jouw kant op schuift
alsof jouw schouder daar nog immer is.
We verhalen over vroeger,
om hoe ondeugend we waren,
Nu weten we beter ïŠ
De afstand is echt,
En de warmte en verlangen
bestaat nog steeds.
Dus we warmen ons
aan elkaar
met zinnen als dekens.
“Welterusten, lief.”
“Droom zacht.”
“Ik ben bij je.”
En ergens tussen jouw laatste punt
en mijn laatste kus-emoji
gebeurt het telkens weer:
Twee mensen
in twee verschillende bedden,
onder twee verschillende daken,
in twee verschillende nachten—
die toch samen inslapen.
En zich warmen aan elkaar.
Hedro 20260219