Woorden
Hij liet me luisteren wanneer hij me bewoog, woorden niet zoals andere woorden. Hij pakte me onder mijn armen en plantte mij in een verre wolk.
Zwarte regen viel uit mijn ogen,
spatte uiteen, brak.
Hij droeg mij met zich mee, droeg mij
naar een geparfumeerde sfeer
van rozen en anjelier.
Als was ik een kind aan zijn hand,
een veer gedragen door de wind.
In zijn ogen blonken zeven manen
en een bundel odes in één lied.
Hij gaf me de zon en de zomer,
een vlucht zwaluwen in de lucht.
Ik was zijn schat, riep hij,
gelijk aan duizend sterren;
zo schoon, zelfs schilderijen
konden mij niet prijzen.
Hij vertelde mij dingen waarvan ik
licht werd in mijn hoofd.
Hij deed me de dans en de passen vergeten.
Woorden die mijn geschiedenis
kantelden. Meer dan alleen vrouw
voelde ik mij.
Hij bouwde kastelen, uit de lucht,
waarin ik voor enkele seconden leefde.
En ik keerde, ik keerde de tafel,
zag hoe hij, als een wilde mustang,
trippelde en trappelde,
galoppeerde en weer stagneerde.
Hoe hij liefde onder zijn hoeven wierp,
holle woorden briesend
in een landloze wind.
Honingdruppels op lippen.
Ik lik het suiker
aan de wanden van mijn herinnering.
Amandelbloesem
in april.
| Auteur: mima | ||
| Gecontroleerd door: christina | ||
| Gepubliceerd op: 05 maart 2026 | ||
| Thema's: | ||