Voorwaar, de liefde
ze zeggen het in coulissen
achter fluwelen gordijnrand
zalvend, ik zeg u
tegen fluistering, duisternis
daverend applaus
verstorming tegengaat
voor de tandenfee
het brekebeentje en zeven sloten
zo wilde ze stelten lopen
met reuzenschreden
polsstok springen, kijk
hoe vervliegen kan
beduimeld als Jonathan
raak ik nog eens 't hoofd kwijt
maar verliezen is vergeten
ik vergeet niets
een offerande vraagt
omdat het kan
splijten
en zou de vlucht wezen
in het verlengen
garneert bloesem
witgewassen zondag
mistiger vlieg ik weer
zachter en vleugelstapvoets
geschreven
en Jonathan houdt plaats rust aan zee
alsof het gisteren was.