Verscholen ommuren zomen
witgelichte bloesembomen
drinkt in, dwarrelt miniscuul
staat havendroom op
de mensen worden broeders
manhaftig is de schare
stradivarius hemels zijnde
'n vreemde evenaren
ben ik daar steeds geweest
er stilt nacht als vuurtoren
antiek aan rusteloze baren
eksters nestelen frisse lente
gestolen uren
bijtjes
huisvlijtjes
een vroege vlinder
laat gezusterlijk lievegodsbeestje
de zon te na
strijken door rossig manen
't ebben, ruizen, dwarrelt
in indigo van eksters
meesters van oude dagen
bloesem deint, albast
omwimperd, ongemuurd
flarden door wind te dragen