Ik kan zo veel
Ik kan huilen,
ik kan lachen,
ik kan mezelf zijn,
ik kan zo veel.
Ik kan schrapen,
mijn keel,
ik kan glimlachen,
ik kan zo veel.
Maar wat ik zou willen kunnen,
dat lukt me niet,
en al probeer ik het,
niemand die het ziet.
Sommige dingen,
die ik niet kan,
wil ik ook
helemaal niet kunnen.
Andere dingen,
die ik wel kan,
wil ik juist
heel goed kunnen.