Welluidend kennen zij de kunsten
weten feilloos hoe het werkt
zal uit lucht aardse steken vallen
we laten het onverlet
geen doen is het, stoicijns
voor toen
leert 't kind fietsen
zonder handen
op de snelweg, lekke banden
ziet hij de blik van beloven
jongeman, rode fiets, bij nacht
haalde ijs in de vroegte
haalde het uit tot in niets
schaduwlengtes, ogen breken
in zeeschuim, schelpen, grschriften
verversen we de verzen
behangen ontsprekend verlangen
na omgezworven kind geworden
vleugels voor de vruchten
vluchten en perkament inkt
en huizen bij een vlam
het vuur, uur dat knispert
en vertelde
hoe het werkt zonder handen
ik klem ze, rond vuurbrand
als een droom alleen later
valt er stilte in esboom
spirits in de kater
genadeloos getuige in een prater