Zij hecht zich vast in woorden tekening van een paard dat te glimlachen lijkt de grote tanden wit en bloot haar hand die troostend warm eens op de mijne lag hoofd tegen mijn schouder aan alsof ik degene was met macht die haar genezen kon
Over haar die niet meer worden wil, eeuwig jong kan blijven en verstrooid over het water nog even drijven blijft, in licht- deeltjes teruggaat naar de zon retour naar de moederschoot het grote niets waar elke ster begon