In een straat droom ik
voetstappen. ze vluchten
de open brievenbus
met vraagtekens
in dromen kan het zonder sleutel
de smaak van ijzer in een mond
ongekend grijst de keuken vol
ravage, pillenstrippen
het cypertje rent in paniek, hoest
tocht, ramen wijd open
het naakt hem verder
ik krijg schuld en boete
in de woestijn geweest
'' A strange day'' speelt.
Zijn straat als in een droom
kent de tijd niet
het cypertje is van mij
haar licht dwarrelt stof, waarde
ze is eerstgeboren, ik zing
a strange day, herhaalt
op een dag neem ik haar mee
ze rust in armen
't veilige laat glanzen
in mei is zij geboren
als oktober velt
nemen aarde's armen haar
zijn straat ligt bevroren sindsdien
trilt in granietstof en ijzer