Asobakken
Hij bromt en brult door de straat,
een monster op vier dikke banden,
een grote cabine, een laadbak, een luidruchtige motor,
en dan flink wat energie verbranden.
De chauffeur, een zonnebril op de neus,
met één arm nonchalant uit het raam,
hoogstwaarschijnlijk ter compensatie,
voor iets waarin hij tekortschiet aan zijn lichaam.
Bij het parkeren neemt hij
minstens vier vakken in beslag,
naast de supermarkt of bij de gym,
geef je commentaar, dan krijg je een glimlach.
Als hij langs de straat parkeert,
dan staat hij deels op het trottoir,
maar dat interesseert hem niet,
hij vindt dat heel gewoon, echt waar.
Toch dromen sommigen van zo’n bak,
zo stoer, zo lomp, zo groot,
al past hij thuis niet in de garage,
het blijft de trots van een dergelijke malloot.