Licht lengt looiende bomen spreken huid
het voltooien wat doorgaat omvormt
nooit af is
alsof elk blad gestreeld
elke twijg schampt
't tochtige in kippenvel
moedervlekken, 't bronzig nalaten
als erfenis, geen cent geven ze ervoor
maar wachten stil en fluisteren
het is de langste dag
ze zingen als martelaar
onder hovige stralen, dijend
wat de vlinders nooit zal vangen
maar intenser kleurklanken
zo dacht ik even, ik droom maar wat
dat ik de boom ben, vlinder
in voltooiing zijn zonder zijn
de twijg die krast
mijn huid en landkaart
mag ik dat liefde noemen
als niet laat raken
net als boom zie ik hem nog
en onderhuids klopt
elk blad wuift ons begroeten
weids ruizen van groene bladeren is zee
een akte, erfenis van heimwee
hoe wulps de vlinders dansen
schaduwen in hun vlucht raven
het kost niets, is gegeven
aan bomen die weten
huid en landkaart van looiend leven..