Wat als het leven je al vroeg leert zwijgen?
Wat als “thuis†een deur is die dichtvalt en jij leert dat huilen niet mag?
Wat als je groot wordt met een masker op,
zo goed vastgemaakt dat je het zelf niet merkt?
Wat als je lacht op commando?
Terwijl je vanbinnen op een trap zit die alleen maar omlaaggaat,
naar een plek waar niemand vraagt hoe het echt gaat?
Wat als school een veilige haven is?
En de weg terug naar huis een storm zonder einde is?
Wat als je leert dat liefde iets is dat je “moet verdienenâ€,
en je elke fout op je eigen naam schrijft?
Wat als je probeert naar boven te klimmen, over de muur?
De muur die geen houvast geeft en je vingers toch blijven zoeken naar één richel, één reden om verder te klimmen?
Wat als je op een dag denkt: ik moet weg.
Wat als je benen harder trappen dan je hart bij kan houden,
op zoek naar iemand die een rots in de branding kan zijn?
En wat als je dan tóch terug moet, met je mond vol woorden die nergens heen kunnen?
Wat als je later anderen veilig houdt met een helm op je hoofd,
terwijl jij jezelf al lange tijd niet meer veilig hebt gevoeld?
Wat als je “we gaan door†zegt, tot je lichaam eindelijk weigert?
En wat als verlies je stil maakt?
Niet omdat je niet voelt, maar omdat je té veel hebt gevoeld en je geest de deur op slot draait?
Misschien is de echte vraag dan wel:
Hoe zet je één stap tegelijk, als jouw lichaam al jaren op automatische piloot staat en je niet weet wat er met je aan de hand is?