De dagen op een rij,
midden op de dag steken in mijn zij
en toch saai.
Geen invulling, geen diepte,
hoe moet ik de dagen zaaien?
Ik probeer het te verdraaien
van vorm en vers.
Als een persdruk
komen de verzen niet tot stand.
Hele boekwerken in mijn hoofd gestrand
en beland in de prullenmand.
Van tevoren versnellen
van vorm en verzen,
kan alleen vrezen van ver
of ben ik het echt kwijt?
Versleten as,
verroest denkbeeld,
mijn verbeelding ebt weg,
geen zeggenschap over mijn brein.
Ik schrijf dus ik leef,
beweeg met mijn vingers
en ik zweef in overvloed.
Creëren en proosten
op wat ik zaai.