Wispelturige flikkeringen in de nacht,
valse vuren, gedoemd te falen.
Zij lokken met een blinde kracht,
terwijl wij in hun schijnsel dwalen.
We jagen op de snelle vlam,
en missen hoe de gloed bevriest.
De echte kans die teder kwam,
maar stilletjes in nevels zich verliest.
Toch fluistert diep een broos geloof,
dat door dichte mist blijft horen.
Ware liefde is voor dwaallichten doof,
en gaat uiteindelijk niet verloren.