Zwaanhaas
Twee zwanen op de Maas
zwommen zij aan zij en keken naar de haas
die daar sprong met veel gezucht
Huiszwaluwen keken vanuit de lucht
en zagen met hun eigen ogen
het was dus niet gelogen
de zwaan had hem bedrogen
Hij wist geen blijf met zijn verdriet
hij verdween in het grasgebied
sprong en sprong
't verhaal ging over de tong
de zwaan koos voor eigen soort
ze dacht dat het zo hoort
het was wellicht ongehoord
Toch bleef de krob in de keel
want haar liefde was reëel
dag na dag dag dacht ze aan haar haas
daar, aan de Maas
want hij woont in haar hart
ook al is ze wit, ze denkt soms zwart
haar leven is dan hard
Dus weet, als je een zwaan langs de oever ziet
dat ze de haas zoekt die ze verliet
nooit zou ze hem nog verlaten
en de anderen spreken laten
niets meer voor de schone schijn
en een leven lang pijn
maar de haas… die zal er noot meer zijn
die sprong ondertussen ergens anders in een wei
als hij stopte dacht hij aan die zwaan ooit aan zijn zij
wat was hun liefde schoon
het leek allemaal zo gewoon
daar aan de oever van de Maas in het riet
maar gewoon was het niet
hij begreep dat ze hem verliet