Tik.
De klok tikt sneller
dan wij kunnen leven.
Elk ogenblik moet worden ingepland,
ingevuld, gebruikt—
want wat je vandaag laat liggen,
ontploft je morgen
recht in het gezicht.
Tik is ook TikTok.
beelden die verdwijnen
voor we ze werkelijk hebben gezien,
gedachten die gekozen worden
voor we ze zelf konden denken.
Maar ooit was er gewoon TikTak
een schaap, een huisje,
kleuren zonder oordeel.
Een wereld die nog niets van ons wilde,
behalve dat we keken
en even kind waren.
Tak.
Een zijweg van de levensboom,
waar we allemaal aan groeien,
ons krampachtig vasthoudend
alsof vallen een keuze is.
We botsen tegen elkaar,
vertakken, breken af,
maken nieuwe knoppen
op oude littekens.
Niemand staat alleen,
maar niemand kiest de boom
waarvan hij deel wordt.
Tok.
We lopen als kippen zonder kop,
druk kakelend over doelen,
deadlines, meningen en cijfers.
Tok. Tok. Tok.
Onze aandacht wordt gevoederd
met wat ons bang, boos
of jaloers genoeg maakt
om nog één keer te kijken.
We noemen het ontspanning,
maar zelfs onze rust
wordt voor ons geselecteerd.
Tuk.
En uiteindelijk
zijn we allemaal moe.
Moe van de druk.
Moe van de kritiek.
Moe van hoe moeilijk
zelfs het eenvoudige geworden is.
We willen niet stuk.
We willen niet langer passen
tussen alle kleine regeltjes
van iedere grote dag.
We willen alleen
onze ogen sluiten
zonder iets te missen,
zonder iets te moeten,
zonder dat de tijd
ons daarvoor straft.
Even geen tik.
Geen tak.
Geen tok.
Alleen een kleine tuk. Eventjes gewichtloos, stil en contactloos zijn, zoals bij het schaapje en het huisje, die kleine ukkepuk.