Ik ging bij mijn transgendervriendenkoppel op bezoek.
Een eigenaardig stel, hun kat heet Fik, hun poedel Poek.
Dit dier had net een zestienling gebaard.
De pups krioelden vrolijk - maar verschilloos door elkaar,
geen blauw of roze strik in’t krullend poedelpuppyhaar,
geen naam verraadde iets over hun aard.
“Dit is Billie”, zei Suzanne - die de man is van de twee-,
wijzend op zo’n ‘hettig’ beestje. “Dat is Charlie, dat René”.
Michiel - zijn vrouw - beaamde met geknik.
Het lijstje bleek zorgvuldig opgesteld - genderneutraal.
Geduldig luist’rend hoorde ik het hondse feestverhaal.
“Mijn lief (m/v) is net zo trots als ik.”
Een blij en jong gezin, die twee met kwispelkids, die zijn
verwekt door Kaat, de buurhond, die al net zo’n vreemd beest schijnt.
Een nest vol zoons noch dochters, broers noch zussen, nicht noch neef. Tja,
dat krijg je met twee honden die
L/H zijn, B of T of I.
Met and’re woorden (wie is wie?)
een reuma en een teefpa.