Hij vergrijsde niet door de tijd, maar door het leven.
Zijn baard kreeg de schakeringen van ervaring, zijn blik de sporen van fouten, en in de spiegel ontmoette hij steeds vaker een man die alles begreep, behalve waarom hij zichzelf zo moeilijk kon vergeven.
Hij verzamelde schoonheid om de onrust te bedaren, bouwde een cocon van wierook, water en zorgvuldig gekozen kleuren, terwijl de buitenkant soms afbrokkelde als een oude bloempot waarin een plant zowel kon verdrinken in zorgen als verdorren door een gebrek aan liefde.
Hij verlangde naar perfectie, naar een leven waarin alles eindelijk op zijn plaats zou vallen, maar saboteerde soms precies wat hij het liefste wilde bewaren. Hij wist dat hij geliefd was, al duwde hij mensen weg, en investeerde zijn overvloed aan liefde in dromen, passie en het mooier maken van andermans wereld.
Hij kon huilen bij Jaap Reesema's Grijs en even later dansen op Ariana Grande, alsof verdriet en levenslust twee seizoenen waren die in hetzelfde hart konden wonen. Hij was dankbaar voor elk seizoen, zelfs voor de winters die hem leerden hoe koud eenzaamheid kon zijn.
Soms stond hij zo lang aan de rand van zichzelf, dat verdwijnen stiller leek dan blijven.
Maar dan was er Victor, die niets vroeg behalve nabijheid, en wiens naam misschien niet toevallig zo dicht bij Victory lag. Een kleine, warme herinnering dat hoop soms vier poten heeft.
En toch gingen elke ochtend de gordijnen automatisch open, alsof een vroegere versie van zichzelf al had besloten dat het licht altijd een nieuwe kans moest krijgen.
Misschien is D-touch nooit over de touch gegaan.
Misschien wou hij gewoon de wereld (aan)raken.
Hij zocht zijn hele leven naar schoonheid, terwijl schoonheid al die tijd geduldig op hem zat te wachten in de spiegel.
En misschien hield hij niet alleen van travertijn, maar bewonderde hij zonder het te beseffen zichzelf in die steen, gevormd door water, tijd en mineralen, laag na laag. De openingen, nerven en poriën waren geen fouten, maar het verhaal van alles wat hem had gemaakt tot wie hij was.
Zoals hij, net als zijn vader, altijd tegelijk het beeld, het statief en de blik zou zijn.
Zijn tafel droeg barsten, en hij had de afgelopen jaren veel gelijmd. Buiten scheen de zon, maar achter de wolken van zorgen bleef het soms grijs. Toch nam hij de tijd om het marmer opnieuw op te poetsen, zodat er weer mooie dingen aan die tafel konden gebeuren.
Het was nog niet dat perfecte Parijse interieur waarnaar hij verlangde, maar er was al een je ne sais quoi, ergens tussen beige en grijs.
Greige.
Vergrijsd, maar niet zonder kleur.
Doorleefd, maar niet zonder verlangen.
En misschien was dat voorlopig genoeg: een huis dat warmte kon bewaren, een man die zichzelf nog leerde ontvangen, en een travertijnen tafel die klaarstond voor een warme winter.
| Auteur: Davy Ghysels | ||
| Gecontroleerd door: christina | ||
| Gepubliceerd op: 29 oktober 2026 | ||
| Thema's: | ||