Ik had een plaatsje om te schuilen,
om te wonen, om te huilen,
waar het warm was,
zacht en teder,
waar ik alleen was
en heel tevreden.
Bruusk haalde zij het web
dat ik stilaan had gesponnen weg.
Met te veel zelfvertrouwen
nestelde ze zich
op het plekje waar
mijn lichaam net nog
warm aanwezig was.
Jij hebt me niets verteld,
keek woordeloos toe
hoe ik uit je hart werd geduwd
Nu heb ik geen plaatsje meer
om te schuilen
en kan ik niets anders
dan urenlang huilen...