De bal kaatste tegen het edel hoofd
en hij trots met waardigheid
ervaart het als het breken van de rug
gekwetst in zijn eer en voorkomen
statig zet hij zijn schreden
zonder glimp van zwakte
het spelend meisje met rode vlechten
van geen kwaad bewust als een vogel
riep nog na dat het haar speet
maar hij reageerde niet en bleef koel
zoals elke dag opnieuw als mensen kijken
innerlijk was hij de duivel die broed
achter gesloten deuren ontsteekt zijn woede
tot het kleineren van zijn vrouw
en kreukt hij haar vrouwelijkheid
tot onstrijkbare littekens voor het leven
met overtuiging van zijn zelfrecht
blijft zijn voorkomen de goedheid
niemand die het oog kan verraden
innerlijke waarheid schrijft het verhaal
via onbegrijpelijke kanalen
elke volzin vanuit het hart
is de waarheid voor later
uiteindelijk zal recht steeds overwinnen.