Vaak is mijn leven zuur
en zijn gelukkige momenten van korte duur.
Het is moeilijk ervan tegenieten,
ik ben bang om het later te moeten laten schieten.
Ik draai om mijn angsten heen
en bouw een muur, steen voor steen.
Ik leef met een groot verdriet,
maar zorg vooral dat niemand het ziet.
Hulp kan ik niet aanvaarden,
omdat ik in mijn eigen lijf niet kan aarden.
Ook al heb ik een vreselijke dag,
op mijn gezicht staat altijd een lach.
Vraag je aan me: gaat het goed?
dan knik ik, alsof het zo moet!
Waarom?
Me zo gedragen is toch krom?
Maar dat is mijn leven,
ik ben bang om me bloot tegeven.
Ik voel dat het lot me tart
en dan slaat de schrik me om het hart.
Maar toch blijf ik hopen,
dat ik deze muur kan slopen.
Dat ik vooruit durf tekijken,
en mijn angsten durf te laten blijken.
Dan vind ook ik het geluk
en dan kan mijn leven niet meer stuk!