Point blanc.
‘Point blanc, gare terminus !’
Tactvol zijn conducteurs nooit geweest,
zeker niet als ze liefde heten
en het vermelden van de prijs vergeten.
Maar we zijn er dus, halte nihil,
het witte punt vol hoop,
haha, hoop?, waar het missen licht valt,
daar het daar geen missen is.
Als in het gezelschap van je afwezigheid
had ik nooit zo’n plezier.
Het vertier met het blonde niets,
’t is lachen geblazen, zo met toeten noch blazen.
Mooi, mocht het waar zijn,
rustgevend, mocht het rustig zijn,
maar de schijn van het vlees, de spier
van het spierwitte weet ook hier te bedriegen.
‘Point blanc, gare terminus!’,
alsof het om een nieuwe smaak
van roomijs zou gaan of cognac,
of hoedanook. De trein is ribedebie.