Zij zit opgesloten in mij en ik in mezelf. Zoekend naar die bevrijdende waarheid die ons tegelijk opvreet van binnen. De tranen die verre van opgesloten zitten en maar blijven stromen benadrukken de immense pijn en verlorenheid die niemand ooit heeft begrepen en niemand ooit zal begrijpen. Alleen maar die eenzaamheid verscholen achter een glimlach en een traan.
Zal iemand ooit ontdekken wat zicht daarachter verschuilt? Zal iemand ooit die verdwaalde geest zien die niets anders wil dan gelukkig zijn.
Een koude rilling, een warme traan.
Een overweldigende eenzaamheid, een stroom van pijn.
Machteloos en ingestort.
In die oorverdovende stilte, niet anders dan mezelf.
Altijd zoekend naar die innerlijke rust.
De twijfel van het nut, de zekerheid van de nutteloosheid.
De haat voor het leven, de liefde voor de dood.
De tegenstellingen in mij, ik verdwaald in mijn tegenstellingen.