Het kleine meisje stapt naar me toe.
Ze kijkt me aan met doffe oogjes,
en vraagt om een helpende hand.
Ik zie dat ze alles op wilt geven.
Ze is op zoek naar warmte en liefde.
Ze zoekt een klein beetje genegenheid.
Maar ze ziet enkel haat.
Hoort alleen kwetsende woorden.
Haar bruine oogjes zijn aan het geweld gewent.
Ze zijn het gewoon om mensen te zien sterven.
Maar nooit kwam het zo hard aan als deze keer.
Nooit had ze zoveel verdriet.
Het hulpeloze meisje is nu haar ouders kwijt.
Haar bevende handje raakt mijn arm
en ik voel haar brandende tranen.
Ik vertel haar over het engeltje dat altijd over haar zal waken
en er verschijnt voor het eerst een glimlach op haar gelaat