De schemer is ingetreden
De mist hangt op het land
De vogels zijn vertrokken
Het grote bos dat brandt
De zon reeds lang verdwenen
Haar warmte nam ze mee
De bliksem klieft de wolken
En hij, hij lacht tevree
Het vuur teert langzaam verder
Neemt steeds meer in zich op
Dat wat er echt nog mooi was
Staat volledig op z’n kop
De wolken janken zachtjes
De wind huilt met hen mee
Geen vreugdeklank te horen
Een angstkreet van een ree
Het beekje begint te koken
Verdampt langzaam en verdwijnt
De bomen kijken gallig
Een diepe wens verschijnt
Gedachten kleuren donker
Gevoelens raken op
Emoties worden somber
De kou giert door je kop
Geen blaadje zal nog groeien
Geen bloem verliest noch zaad
Er valt niets meer te snoeien
Het lijkt, het is te laat