Daar ben je in de donkere kamer.
Je hart voeld aan als koude marmer.
Kijkend uit het raam, eenzaam aan het vergaan.
Als een gebroken veer zie ik je staan.
Ik wil je voelen, mij te verlaten.
Horen en zien praten.
De tijd is aan het weg slippen.
Zoals elk gevoel van leven, aan het weg glippen.
Stilletjes verlangen naar het eind der dagen.
De eenzaamheid met zich meedragen.
Niemand wil alleen zijn.
Het doet van binnen zo'n pijn.
Niemand wil zo huilen.
Als pijnlijk vallen in nieuwe kuilen.
Te veel putten door het leven gegraven.
En strak word de put van het einde aangedragen.
Diane