SCHUILEN.
Bij mij kunnen ze het niet leren,
Want ik kan niemand liefde geven.
Naar mij hoeven ze niet te zoeken,
Ik verstop me toch in alle hoeken.
Al zeg ik wel eens dingen ongeremd,
T’klinkt eigenlijk zoals men mij kent.
Al zeg ik het heel vaak in een zin,
Maar ik,ik geloof er niet in.
Maar willen ze met me praten,
Dan zal ik het nooit laten.
Hebben ze iemand nodig in nood,
Dan open ik voor hen de poort.
Dan laat ik me helemaal gaan,
Want deze dingen kan ik wel aan.
Met liefde kan ik de mensen helpen,
Om hun pijn en verdriet te stelpen.
Ik los zoveel vragen als ik kan voor hen op,
Maar zegt iemand:wat is liefde voor jou,dan zeg ik stop.
Dan knakt het en wil ik gaan huilen,
En het liefste heel ver gaan schuilen.
Maar ik raap de moed in brokjes bijéén,
En zeg;heb je verdriet,kom dan hierheen.
Zieltje