Het lijkt zo kort geleden
Nauwlijks een uur
Dat ik bij de stond
En mijn handen
Je schouders
Stijf vasthielden
En weer, nu ik hier zit
Een ruimte vol vreemde mensen
Die ik slechts van naam ken
Maar verder zo vreemd zijn
Zoals ik voor hen
Mijn handen over mijn gezicht
En ineens staan je naast me
Weer bescherm je me
Tegen koude, ijzige woorden
Het voelt zo veilig
Zo ontzettend goed
Langzaam vervaag je
Je geur glijdt weg
De lucht van inkt en potloden
Nemen mijn handen in beslag
Sla je arm om mijn schouders
Laat me maar huilen
Want je zal er toch nooit meer zijn...