De nacht ging traag voorbij.
Terwijl de dageraad breekt aan,
mensen werken gaan.
Lig ik stilletjes ineen gekrompen,
te staren in het duister.
Ja 'k lig hier zo al uren.
Hopend op een vrijheid,
wachtend op een reikende hand,
twijfelend of ik verder ga.
Tastend in het duister,
zoekend naar een nieuwe uitweg.
Want er is niemand die begrijpt,
hoe ik hier van binnen schrei.