Als ogen staart het lege papier naar me
Zoals ik was, een keer
een herinnering
aan de dag dat de regen ophield en de zon niet scheen
een onlogische volgorde
de ordening van gedachten
ze horen hier niet thuis
organisch, puur
het gevoel van schors, een stuk aardkorst
ergens
ik zie een licht
en er is geen geluid
geen geluid
iemand komt binnen en gaat weer weg
zonde van de tijd
een lichtjaar geleden was er geen momentum
maar nu staat alles stil
geen verplaatsing door de ruimte
wat een wonder, het potloodpapier
en dat ik mijn schoonschrift vergeten ben en nu de machine imiteer
zie hen beroep doen op mij
zit maar stil in je hoekje
kind dat opgroeit
tot het zicht omdraait en iemand op de rem duwt
en loslaat
en wij zien eeuwig het gezicht dat wegsuist
glimlach die langzaam transformeert
wanneer je beseft dat je valt
in het niets
*