half een en de deur slaat dicht
een halfgezonken lelieblad drijft langs de muur
woede laat zijn stem nu klinken
een klok slaat drie uur
sinds negen uur heeft men gewacht
op blote voeten neergedaald
krakende treden vangen het gewicht
nu nog gewillig op, van een man, wachtend
de schim, die thuiskomt
en de trap opklimt
is verloren in haar onschuld
“half een”, schreeuwt de woede
een stortvloed tot gevolg
en zij al half slapend op een trap naar later