De wereld is kleurloos geworden.
Het gras is dor.
De lucht is grijs.
De zon is verdwenen.
Omdat ze een steen heeft verlegd
In de rivier van haar leven,
Zal niks meer hetzelfde zijn.
Alles anders.
Nooit meer zoals het was.
Omdat ze de andere weg is ingeslagen.
De weg van verdriet, pijn en angst.
De weg van de zwarte schaduw
Die haar niet los laat uit zijn greep.
Omdat ze hem moest verliezen,
Omdat ze ruzie moesten hebben over de meest kleine dingen,
Is ze hier beland
Niemand die haar hoort..
Niemand die haar ziet..
Alleen zij.
Terwijl ze schrééuwt om zijn hulp,
Terwijl ze schrééuwt om hem..
Verstrikt, in die zwarte schaduw..
Terwijl hij weet wat er met haar gebeurt
Wil hij er niet aan denken
Terwijl hij ziet wat er is
Lijkt hij blind
Terwijl hij hoort wat ze hem vertelt
Lijkt hij blind, doof, én stom tegelijk,
En dus blijft ze daar achter
Alleen, bij de zwarte schaduw
Die haar tranen streelt
Geniet van haar paniek
Tranen vallen op haar kussen
En zachtjes gaat ze liggen
Haar laatste tranen vermengen zich met bloed,
Ze is één
Één met de zwarte schaduw.