Overal zijn mensen.
Maar jij loopt er niet bij.
Het enige wat ik zie, is onbekend.
De eenzaam heid heeft bezit.
Bezit van mij genomen.
Ik moet weer verder leven.
alleen en zonder jou.
Maar de pijn is hoost ondragelijk.
Zoals zij op mijn schouders leunt.
Haar nagels in mij vlees gedrukt.
Zo klampt zij zich aan mij vast.
Ik word gek, de pijn moet weg.
Dus ik neem een sprong.
Het is over, ben vrij.
En ben weer terug bij jou.