ver weg van overvolle steden
met uitzicht op een slapend land
dat zich zo nu en dan tevreden
aaien laat met zachte hand
ligt uitgespuwd door zijn verleden
met zijn rug naar zee in 't zand
happend naar een levensreden
een slagschip op z'n stuurboordkant
en daar waar schepen eenzaam sterven
dwaal ik alleen op hoop van zegen
benoem de golven tot mijn erven
en zonnestralen tot mijn wegen
over valleien en besneeuwde bergen
die later door de vloed verdreven
onder mij hun pracht verbergen
naar onderwaterleven streven