Mijn nietszeggendheid
werd spraakzaam
dicht tegen jou aan.
En mijn liefde voor jou
groeide niet uit wat ik nodig had,
maar zij ontstond helemaal door jou, liefste
met jou deelde ik het brood
van onze broosheid. Jouw arm
was sterk genoeg voor de nacht.
In de kamer van je denken
kleedde ik me uit
uit mijn diepste angsten en verdriet
en vond jij voor ons een onderkomen
in de hartslag van onze tweezaamheid.