Ik smeedde drie maal onze band,
in het Gouden edelmetaal.
Zwijgend zei ik niets,
van gevoelens die je toch al wist.
Even stil was ook je antwoord,
verwarrend de gekozen woorden.
Het besef dringt tot me door,
van mijn gestelde daden,
immers Goud kan nimmer roesten.
Verdoemd ben ik ten gronde,
altijd dicht bij jou.
Verdoemd zijn nu de plaatsen,
waar jij me nooit zal kussen.
Verdoemd is nu mijn Liefde,
Goud geankerd aan jouw ziel.