Kruidje roer me niet
Vlinders! Laat toch af het stoeien,
fladder niet langer om me heen
bij elk vluchtige aanraking,
is het mijn hart dat shaket
daar het weet hoe streng vorst
de kop kan op steken en zelfs
sneeuwklokjes sneuvelen in de wind
Gaat heen, mijn blad krimpt ineen
van al het gezoen en gestreel
te gevoelig ben ik voor het aanzicht
dat zal leiden tot plicht die ik niet
kan of wil dragen door de dagen
dat ik in de koele armen van de dood zweef
och jonge knaap pluk geen witte plukken
uit de zwarte muur terwijl het grietje
jouw gedachtekom
bedanst tot in het late uur