's Nachts ga ik vaak lopen, als de zorgen me teveel worden, ze in mijn hoofd dan opbollen, over straat waar niemand mij kan zien.
Ik vertel de maan over mijn strubbelingen, maar ook mijn zegeningen, de maan is vriendelijk en helpt ze mij dan tellen.
Ik loop verder naar de branding van de zee, de grommende golven weerspiegelen mijn onrustig gemoed, het is net als eb en vloed, de zee neemt mijn zorgen mee.
Thuis weer aangekomen lig ik rustiger in bed, mijn gedachten zijn gelukkig verzet, de slaap vat me bij de hand en leidt me naar zachter dromenland.