Strompelend kom ik de dagen door
het lichaam over de grenzen drijvend
geef de noodkreten geen gehoor
de geest langzaam wegkwijnend.
Niet meer wetend waar mijn pad naartoe zal gaan
houd ik mezelf bij elkaar gedurende de dag
af en toe rolt er een traan
achter mijn glimlach.
Groot is het verdriet, leeg is het hart
verloren, na al die jaren van gevecht
nog steeds gevangen in een web van smart
in mijn hoofd speelt steeds; jij bent slecht.
Ik weet dat ik dit zal moeten veranderen
op de een of andere manier
en ik kan hiervoor niet rekenen op anderen
maar eerlijk? Het interesseert me geen zier.
Ik houd je wijselijk op een afstand
kan je vriendelijkheid even niet aan
negeer je reikende hand
en weer is er die verdomde traan.
Je zei dat ik even moest denken
over wat ik in mijn leven wil
ik durf dit geen aandacht te schenken
het hart ijzig en kil.
Het enige wat ik op dit moment weet
is dat ik rust wil in mijn hoofd
dat het de waarheid vergeet
zoals vroeger is beloofd.
Ik wil dit alles niet meer voelen
en zie op het moment maar een manier om dit te bekomen
laat het lichaam afkoelen
eindelijk bevrijdt van de demonen.
Voel me zwak, een mislukking en een trut
ik weet dat het hun woorden zijn
maar zit te diep in de put
te groot is de pijn.
Verloren dwaal ik door de nacht,
de slaap onrustig en met angst gevuld
ik weet; sommigen houden de wacht
hun kracht op de proef gesteld door de demonen hun geduld.
Ziek sta ik op bij het ochtendgloren
de nacht heeft al mijn energie gestolen
kan nog steeds de hulpkreten horen
de demonen voor even terug in hun holen.
H&N.