De kale vergankelijkheid
plaatst een man in een
verleden tijd.
Die om zijn bos met krullen
door velen werd benijd.
Fijn besnaard maar inmiddels
spaarzaam behaard; spiegelt
een kale schedel zijn intelligentie
omhuld met een sierrandje haar;
Van een veertiger die zich vroeger
zeer sexy mocht noemen, maar nu het
appeal moet missen van een schaar.
De kale vergankelijkheid speelt
niet langer de krullenjongen in
de maatschappij. Want wie kaal is
heeft boven hersens zitten,
en voor een behendig speler behoren
daar niet altijd de krullen bij.