Niets deed me voelen,
Ik was er maar was er niet,
Voelde je niet in mij groeien,
Het maakte me niet blij en deed me geen verdriet.
Niets deed me beseffen,
Ik leefde maar alles ging aan me voorbij,
Dacht dat dit alles zou overtreffen,
Ook al was je onderdeel van mij.
Niets deed me stoppen,
Ik vervreemde van mezelf en rende,
Het liefste wilde ik me verstoppen,
Of verdrinken in het vertrouwde en bekende.
Niets deed me naar mezelf kijken,
De angst bracht onrust met zich mee,
Was mezelf alleen maar met anderen aan het vergelijken,
Zei ja maar bedoelde nee.
Niets deed me praten,
Ik wilde schreeuwen en branden,
Begon mezelf alleen maar meer te haten,
Alles gleed door mijn handen.
Niets deed me op de storm reageren,
Wilde geen olie op het vuur,
Het deed alles in mijn lichaam blokkeren,
Bouwde een stenen muur.